Toen Triumph twee jaar geleden met de Scrambler 400 X en de Speed 400 op de proppen kwam, wisten we allemaal dat de Britten daarmee een dubbel doel voor ogen hadden. Enerzijds wat Europese jeugd richting het merk lokken, anderzijds een graantje meepikken van de Aziatische markten waar een 400cc al best een grote motor is. In de voorbije twee jaar verkocht Triumph liefst 150.000 (!) Speeds en Scrambler X’en, hoog tijd om een tandje bij te steken. Letterlijk en figuurlijk.
Dat letterlijk en figuurlijk een tandje bijsteken klopt wel degelijk. Want aan de ene kant breiden de Britten het 400cc-aanbod uit met de Thruxton 400 (die niet naar de Benelux komt), de Scrambler 400 XC en de Tracker 400, tegelijk krijgt die Tracker 400 een aangepaste monocilinder tussen de framebuizen. De 398,15 cc monocilinder behield wel zijn longinhoud, maar werd zowel mechanisch als elektronisch flink aangepast. Er zit een nieuwe krukas is, de nokkenassen werden wat scherper geslepen en ook de motortuning werd aangepast.
Het resultaat is een lichte vermogenswinst (de monocilinder is in de Tracker goed voor 42 pk bij 9.000 toeren terwijl dat bij de andere vierhonderds 40 pk bij 8.000 toeren is), het koppel van 37,5 Nm bleef onveranderd. Belangrijk om weten is dat tachtig procent van het maximale koppel al bij drieduizend toeren beschikbaar is en (nog veel belangrijker) dat het blok in de Tracker duizend toeren meer kan draaien. Waarover later meer.
Ellebogenwerk
Essentieel in de flat track stijl is de vlakke lijn die van de onderkant van de tank tot helemaal achteraan de motor wordt doorgetrokken. De benzinetank met uitsparingen voor de knieën is nieuw, net als de nummerborden op de zijkanten van de motor. “Een flat tracker rij je met de ellebogen naar buiten, vandaar het bredere stuur en de hertekende zithouding”, grijnst chief engineer bij Triumph Motorcycles Stuart Wood tijdens de technische presentatie op de vooravond van de testrit. Dat belooft.
De zithouding is inderdaad compleet anders dan op de andere 400cc Triumphs. Het stuur van de Tracker is 23 mm breder dan dat van de Speed 400 en staat zomaar eventjes 134 mm lager. Nog steeds in vergelijking met de Speed 400 staan de voetsteunen 86 mm verder naar achteren en 27 mm hoger. Het resultaat laat zich raden: je zit een pak sportiever op de Tracker en in stilstand durf ik me er vragen bij te stellen.
Ik ben immers niet zo’n fan van lichte motoren met een uitgesproken sportieve zithouding. Op een zwaardere motor is dat niet zo’n probleem omdat je snel rijdt en de winddruk helpt om de druk op je polsen en voorarmen te verminderen. Op een lichte motor die je trager berijdt dreig je door de beperkte lift van de rijwind al snel met stramme polsen rond te rijden. Tegelijk heeft de zithouding op de Tracker meteen iets stoers en nodigt ze uit tot sportief sturen.
Binnendoor
Het eerste deel van de testrit rij ik op de Scrambler 400 XC (zie verder). Bij de eerste fotostop stap ik over op de Tracker 400 en val van de ene verbazing in de andere. De zit op de Tracker is héél actief en het laag en breed geplaatst stuur biedt veel hefboom om in te sturen. Koppel dat aan het zeventien inch voorwiel en de Pirelli banden met een lichter profiel en ik stuur de eerste bocht zo scherp in dat ik bijna aan de binnenkant van de bocht de berm in duik.
Na drie bochten ben ik echter al aan het kwieke sturen gewend en stuur ik de volgende slingers met veel vertrouwen in. Daarnaast moet ik enorm wennen aan het motorkarakter. Voelt de monocilinder in de 400 XC weinig verfijnd aan in het middengebied, dan is de krachtbron van de Tracker over de hele lijn veel voller. De acceleraties zijn kwieker, de hernemingen krachtiger én het eindschot is ook van een ander kaliber. Op de 400 XC moet je bij een inhaalmanoeuvre altijd minstens twee keer nadenken.
Kies je voor de hogere versnelling, dan riskeer je dat het blok zich onderin verslikt als je het gas in één keer vol opendraait. Kies je voor de lagere versnelling, dan dreig je veel sneller dan verwacht in de begrenzer te belanden. De Tracker 400 draait duizend toeren meer dan de Scrambler XC en die duizend toeren maken in combinatie met het vollere middengebied een wereld van verschil. Laat ons hopen dat Triumph de andere modellen uit de 400cc line-up zo snel mogelijk de motorische upgrade van de Tracker 400 gunt, het voelt aan als een ruime slok op de spreekwoordelijke borrel. Met die duizend toeren extra haal je – plat op de tank – ruim 170 kilometer per uur uit de Tracker 400, niet verkeerd voor een machientje met 42 pk.
Scheut vertrouwen
De niet-instelbare upside-down voorvork en de monoshock achter kwijten zich plichtsbewust van hun taak, net als de ByBre-remmen. Schakelen gaat soepel en het vrij beperkte dashboard is goed afleesbaar en gemakkelijk te bedienen. Dat het rem- en koppelingshendel niet instelbaar zijn vind ik jammer. Voor de rest kan ik de Triumph op bitter weinig verbeterpunten betrappen. Dat je de motor in de voetsteunen, de handvatten en het zadel voelt werken is onvermijdelijk, de eerste trillingvrije monocilinder moet nog gebouwd worden. De zithoogte van 805 mm is sowieso een troef, je komt probleemloos met beide voeten aan de grond. De uitschakelbare tractiecontrole en het ABS voegen nog een scheut vertrouwen toe.
In de marge: Triumph Scrambler 400 XC
Ik ging ook kort aan de rol met de Scrambler 400 XC, die staat op spaakwielen waar tubeless Metzeler Karoo Street rubber omheen ligt. Het hoge voorspatbord wordt in de kleur van de motor gelakt, de handkappen, het rooster voor de koplamp en de carterplaat moeten de 400 XC wat stoerder maken. Rem- en koppelingshendel zijn hier wel instelbaar. In vergelijking met de Tracker 400 is de Scrambler 400 XC motorisch minder verfijnd.
De gasrespons op deellast is hakerig en in de stad moet je twee vingers op de koppeling houden om een hik of een kuch van het blok te kunnen opvangen. De powerband is ook duidelijk smaller dan op de Tracker. Het brede stuur is hoog gemonteerd wat comfortabel aanvoelt als je recht op de motor staat. Zit je neer, dan resulteert het brede en hoge stuur in combinatie met de lange veerwegen en het 19” voorwiel in een wat minder precies stuurgedrag. Op het eerste gezicht lijkt de Scrambler 400 XC dan ook een machine voor wie échte offroad ambities heeft.
Conclusie
Lange tijd heb ik mij vragen gesteld bij het nut van A2-specifieke motoren als je weet dat er ook ‘grote’ motoren bestaan die je met een kit naar A2 kunt omzetten en weer terug (zoals de Triumph Trident 660). Met de Tracker 400 komt Triumph met het antwoord: deze motor heeft bijna alles wat een grote heeft, maar dan met een veel aantrekkelijker prijskaartje. Ik kan mij niet inbeelden dat een testrit met een zwaardere motor in de heuvels van Zuid-Spanje me meer plezier had geboden dan de rit met de Triumph Tracker 400. De Tracker is toegankelijk genoeg voor wie aan het begin van zijn motorcarrière staat en is tegelijk meer dan opwindend genoeg voor motorrijders met al aardig wat kilometers op de teller. En de stijl krijg je er (bijna) gratis bij…
+ Soepel blok met lange adem
+ Coole styling
+ Doet gewoon alles goed
– Rem- en koppeling niet instelbaar
– Trilt een beetje
– Je moet wel een beetje doorrijden
Triumph Tracker 400
Motor: 398c, 4 kl./cil., vloeistofgekoelde monocilinder, dubbele bovenliggende nokkenassen
Boring x slag: 89 x 64 mm
Compressieverhouding: 12:1
Max. vermogen: 42 pk @ 9.000 tpm
Max. koppel: 37,5 Nm @ 7.500 tpm
Brandstofvoorziening: injectie, ride-by-wire
Transmissie: zesbak, slipperclutch, ketting
Frame: stalen buizenframe
Voorvering: 43 mm upside-down, niet instelbaar, veerweg 140 mm
Achtervering: monoshock, veervoorspanning instelbaar, veerweg 130 mm
Voorrem: 300 mm schijf met radiaal gemonteerde ByBre vierzuigerremklauw, ABS
Achterrem: 230 mm schijf met ByBre enkelzuigerremklauw, ABS
Banden voor/achter: 110/70-ZR17 / 150/60-ZR17 (Pirelli MT60 RS)
Wielbasis: 1.371 mm
Balhoofdhoek/naloop: 24,4°/107,6 mm
Gewicht: 173 kilo (rijklaar)
Zithoogte: 805 mm
Tankinhoud: 13 l
Prijs België: € 6.745,-
Prijs Nederland: € 7.595,-
Tekst Bart De Schampheleire • Fotografie Triumph Media Crew