Scrambler Fever: In dust we trust

Scrambler Fever

Dust is uiteraard het Engels voor stof. En wie met een scrambler eind juni offroad gaat rijden in Polen, die weet dat hij stof gaat vreten. Met bakken. In mijn Oost-Vlaamse dialect betekent ‘dust’ echter dorst en laat ze daar in Polen nu net géén last van hebben. Kortom, Scrambler Fever was een feestje dat me om meerdere redenen aantrok…

— Vandaag (18 januari 2026) opent de inschrijving voor Scrambler Fever 2026. Vandaar dat we een verkorte reportage van onze deelname in 2025 plaatsen. —

Polen is niet meteen een toeristische topper zodat veel Laaglanders zich maar weinig kunnen voorstellen bij het land. Een land dat absoluut gi-gan-tisch is (voor de cijferneukers: Polen is met een oppervlakte van 322.575 vierkante kilometer tien keer groter dan België). De brede, goed geasfalteerde snelweg loopt kaarsrecht door een weids landschap. Dat verandert als ik mijn bus richting het recreatiemeer van Nowy Dworek navigeer. De dorpen zijn klein, enkel de hoofdstraat is geasfalteerd, alles daarnaast is gravel of kasseien die er schots en scheef in gesmeten zijn. De vering van mijn bus protesteert heftig, mijn humeur gaat crescendo want als de straten er al slecht bij liggen, dan zullen de bospaden ook niet verkeerd zijn. En daarvoor ben ik uiteindelijk gekomen: twee dagen offroad rijden met een Fantic Caballero 700 Deluxe tijdens Scrambler Fever.

Scrambler Fever

Poolse humor

Bij het recreatiemeer kies ik een plekje op een grasveld om mijn tent in de grond te prikken. Rond mij een allegaartje van motoren, van oude KTM’s en Yamaha XT’s tot nagelnieuwe Fantic Caballero’s zoals die van mij.

Terwijl een aantal deelnemers al aanschuiven voor het avondmaal, verzamelen de anderen zich voor de “GS Trophy in Scrambler Fever stijl”. Zoals in: span wat plastic linten door een bosje, hak een paar bomen om en vraag aan de deelnemers in ‘landenteams van drie’ om dat parcours zo snel mogelijk af te leggen. De Polen zijn numeriek zo zwaar in de meerderheid dat ze het ‘probleem’ met een kwinkslag oplossen. “Wij kunnen gerust Azerbeidjan zijn”, schatert een Pool die duidelijk al een paar vazen bier achter de kiezen heeft maar daar absoluut geen beletsel in ziet om met twee makkers toch aan de GS Trophy deel te nemen. Wat tot groot jolijt van de omstanders uiteraard faliekant afloopt.

Scrambler Fever

Piepersoep

Als ik genoeg gestuntel voor drie jaar heb aanschouwd, schuifel ik ook richting kantine waar de soep met aardappelen al klaar staat op tafel. Uit de briefing (die in het Pools een half uur duurt en die in het Engels op miraculeuze wijze wordt ingekort tot zes minuten) begrijp ik dat we morgen een kilometer of honderd gaan rijden, dat we vanaf negen uur in kleine groepjes op pad gaan, dat we in de dorpskommen vooral niet te snel mogen rijden (anders maken we te veel stof en dat werkt de locals op de zenuwen) en dat we onderweg een aantal proeven moeten afwerken. Ook interessant: pas een paar minuten voor de start zullen we de papieren roadbooks krijgen, lekker oldschool op bolletje-pijltje rijden dus.

Terwijl een legioen muggen me drie liter bloed aftapt val ik als een blok in slaap in mijn tentje. Duizend kilometer over de snelweg en de naweeën van corona missen hun effect niet.

The Dudes of Dust

Ik wil onderweg wel wat foto’s maken van andere deelnemers en dus sta ik om iets voor negenen aan de startboog. Nog even snel de roadbooks op de tank plakken en ik kan met het tweede groepje op pad. ‘Het tweede groepje’, dat zijn vier jonge Duitsers op retro enduro’s van het genre Yamaha TT 500 en Suzuki DR 350. Al duurt dat in groep rijden slechts een paar kilometer want terwijl ik meteen mijn draai vind in het bolletje-pijltje lezen, hebben de Duitsers van team ‘The Dudes of Dust’ iets meer tijd nodig om in hun ritme te komen.

En als na vijf kilometer de mannen van het eerste groepje al naast het gravelpad rond een rokende klassieker samentroepen (en dan bedoel ik de motor, niet de bestuurder) ben ik blijkbaar de eerste deelnemer aan Scrambler Fever. Op de brede gravelpaden is het relaxed rijden en ik zoek een tempo waarmee ik aardig vooruitga zonder het risico te lopen om de nagelnieuwe Caballero 700 in puin te rijden. Op iedere bult en in iedere kuil voel ik de Frankfurter worsten van het ontbijt retour komen, daar had ik me dus beter niet aan gewaagd.

Het juiste pad

Na een kilometer of twintig moet een eerste vraag worden opgelost: “Wat staat er naast de kerk?” Aangezien de kerk vier zijden heeft en er aan alle kanten wel iets te zien is, noteer ik het opvallendste en toch correcte antwoord: een bordeel. Wel grappig, als God de Vader je gebeden niet aanhoort kan je nog altijd bij een dame van lichte zeden je hart gaan uitstorten.

Nog mijmerend over de bizarre combinatie van godsdienst en lichtekooierij ga ik redelijk de mist in met de navigatie. Wat moet je ook kiezen als het roadbook zegt ‘volg de hoofdweg’ en geen enkele van de vier wegen op het kruispunt verhard is? Als ik drie richtingen heb uitgeprobeerd en iedere keer op mijn stappen ben moeten terugkeren, zijn The Dudes of Dust er ook weer en besluiten we samen om de vierde en laatste optie uit te proberen. En jawel, we zitten eindelijk weer op het goede spoor.

Scrambler Fever

Tankpiste

We rijden een vlot tempo op de gravelpistes door de bossen zonder het everzwijn uit te hangen. In het mulle zand moet ik werken om de Fantic op koers te houden, de Pirelli Rally STR rubbers zijn eigenlijk straatbanden met een offroad kantje, maar bij gebrek aan hoge schoudernoppen is de voorkant in het zand al snel stuurloos. Zodat me slechts één oplossing rest: gas open en gat naar achteren (en niet omgekeerd). Op een soort van tankpiste met een opeenvolging van putten waar je telkens met gemak een tank in parkeert, benutten mijn Duitse makkers het voordeel van hun lichte motoren met lange veerwegen maximaal. De net geen 190 kilo wegende Cabellero moet het voor en achter met 150 mm veerweg doen en als ik het tempo van The Dudes of Dust probeer te volgen voel ik de Marzocchi’s in iedere put doorslaan.

Scrambler Fever

Caballero

Om de testmotor een beetje te sparen neem ik wat gas terug. Ik begin het ondertussen ook serieus in mijn rug te voelen. Het brede stuur van de Fantic staat te laag om comfortabel offroad te kunnen rijden en mijn te zware rugzak helpt het comfort ook niet echt vooruit. Op de langere gravelstroken zijn de oude Yamaha’s echter geen partij voor de Caballero. In dit platform komt Yamaha’s CP2 paralleltwin misschien wel het best tot zijn recht. Van onderuit pakt de tweecilinder echt krachtig op zodat de achterkant op het gravel constant uitbreekt. Heerlijk.

In de offroad rijmodus is de tractiecontrole uitgeschakeld, met een knop op de rechter stuurhelft kan je ook het ABS uitschakelen wat offroad uiteraard de beste optie is. Ondanks het beperkte profiel van de achterband is de vertraging van een glijdend achterwiel efficiënt, met dank aan het 150 mm brede rubber. Dat de voorrem maar povertjes acteert is offroad niet dramatisch, bij een snedig tempo op de weg hou je er beter wel rekening mee.

Scrambler Fever

Koop een medeklinker

Na iets van een vijftig kilometer staat de truck van Krzysztof (hoeveel medeklinkers kan je in een voornaam proppen?) langs de kant van de piste, op een aanhanger ligt een gedemonteerd motorblok. Iedereen krijgt er drie technische vragen, elk goed voor vijf punten.

“Ik ben de uitbater van Red Hot Chili Customs in Szczecin, da’s ongeveer 150 kilometer ten oosten van hier. Toen we dit evenement tien jaar geleden bedachten, was de scrambler scene in Polen nog vrij klein en stonden er slechts een vijftiental deelnemers aan de start. Intussen is die scene enorm gegroeid en nemen er dit weekend 160 motorliefhebbers deel. Waarvan zestig uit Polen en honderd buitenlanders: veel Duitsers en Denen, een paar Nederlanders en een aangespoelde Amerikaan”, lacht Krzysztof die echter algemeen bekend is onder zijn bijnaam ‘Redu’. Een afkorting/verbastering/Poolse versie van ‘Redhead’ want de rosse Pool loopt nogal snel rood aan als hij niet uit zijn worden geraakt.

“We luisteren zo veel als mogelijk naar ons publiek. Zo horen we dat niet iedereen de proefjes onderweg even leuk of belangrijk vindt. De tweede dag van het weekend wordt er sowieso op GPS gereden en zijn er onderweg geen proeven. Deelnemers melden ons dat ze dat verkiezen zodat we bekijken om volgend jaar twee ritten op GPS aan te bieden. Met als uiteindelijk doel om meer mensen naar Scrambler Fever te halen. We zijn ervan overtuigd dat er zowel in Polen als in het buitenland nog veel potentieel is. De classic scene groeit, en wij groeien mee”, meldt Krzysztof.

Scrambler Fever

No balls, no glory

Na een stuk recht door het bos gereden te zijn (navigeer op het volgende stuk met zwart-geel lint) krijgen we ineens een steile helling door een grasland voor de wielen gegooid. The Dudes of Dust gaan als eersten en ik zie ze stuk voor stuk in het stof bijten met hun enduro’s zodat ik met op wegmotor-met-scrambler-looks weet dat ik voor een onmogelijke opdracht sta. Onder het motto ‘No balls, no glory’ geef ik de CP2 flink de sporen en kies voor het rechterspoor. Van onder aan de heuvel kon ik echter onmogelijk inschatten hoe diep het spoor is en met de beperkte veerweg van de Fantic kom ik al snel in de problemen.

De motor staat simpelweg niet hoog genoeg op z’n poten om in dit spoor te rijden zodat ik iets voorbij halfweg de helling de Caballero vast rij in het diepe spoor, links en rechts hebben de voetsteunen zich in de aarden bermen geplant. Aan het rempedaal geraak ik niet meer, dus knijp ik vol in de voorrem om te voorkomen dat ik de helling achterwaarts terug naar beneden rol. Wat slechts ten dele lukt want de helling is zo steil dat ik met een geblokkeerd voorwiel naar beneden schuif. Gelukkig schieten The Dudes of Dust me te hulp. Met vereende kracht en alle pk’s van de CP2 krijgen we de Caballero boven en beloof ik vanavond op bier te trakteren.

Truc(k) met de taart

’s Avonds wordt de tiende verjaardag van Scrambler Fever stevig gevierd. Redu en zijn vrouw Marta hebben voor iedereen brood en worstjes voorzien om boven het kampvuur bij het meer te bakken en tegen 22 uur komt Redu in zijn coole retro Ford F150 truck met drie joekels van taarten en schuimwijn aanzetten. De deejay zet zijn beste beentje voor en dat doet het volk op de dansvloer ook. Voor ik een ledemaat uit de kom dans trek ik op tijd naar mijn tent, de 125 kilometer lange rit van morgen is er één op GPS zodat je die kan rijden wanneer je wil.

De meeste anderen willen pas tegen de middag vertrekken, maar ik zou graag al om negen uur op de motor zitten. Zo kan ik na de middag de duizend snelwegkilometers huiswaarts nog weg knallen en ben ik op zondag thuis bij het gezin. Gezien de aard van het feestje dat bij het meer van Nowy Dworek aan de gang is, ga ik ervan uit dat ik morgen de enige zal zijn die om 7.30 uur de wekker heeft staan.

Scrambler Fever

Groene ontploffing

Ik zondig tegen regel nummer één van het offroad rijden, maar trek wel in mijn eentje op pad. Onder het motto ‘Gaat er wat fout, dan komt de rest hier straks ook wel langs. Al kan het misschien wel een uur of twee duren’ zoek ik weer een tempo dat het midden houdt tussen lekker opschieten, genoeg tijd hebben om rond te kijken en mens en machine zo veel mogelijk sparen. De route is compleet anders dan wat we gisteren gereden hebben. De eerste paar tientallen kilometers dubbelcheck ik mijn GPS soms wel om de honderd meter omdat er van een pad amper sprake is. Dwars door het gras en onkruid van bijna een meter hoog gaat het door de glooiende akkers.

“Na een droog voorjaar, hebben we een maand geleden een week plenzende regen gehad en dat heeft de natuur doen ontploffen. Alles groeide daarna zo snel dat we bij de controle van de rit ook vaststelden dat sommige paden lastig te vinden waren. Maar da’s onderdeel van de fun, toch?”, zal Redu mij daarover bij aankomst melden. Dat ik de eerste rijder van de dag bent helpt mij niet bij het spoorzoeken, het zorgt er wel voor dat er nog absolute rust heerst in de bossen. Ik geniet met volle teugen, zuig de koele boslucht gulzig in me op en ben een beetje gegeneerd dat ik vossen, eekhoorns, buizerds en een machtige adelaar doe opschrikken. De Fantic doet het fantastisch op de relatief vlot rollende pistes en ook de steile en bloedlinke afdaling die vanuit het niets opduikt glij ik heelhuids naar beneden.

Duik

In iets meer dan drie uur heb ik het rondje achter de kiezen, als ik de camping oprij beginnen de laatste deelnemers net aan hun rit. Marta en Redu wachten me op bij hun tentje van Red Hot Chili Customs. “Alles goed, kunnen we nog iets voor je doen?”, klinkt het immer behulpzaam. Waarop ze mij wel degelijk nog met iets kunnen helpen: toestemming vragen aan de redder of ik de Fantic op de steiger mag parkeren om daarna in het water te duiken, dat zal volgens mij een coole foto opleveren. Waarna Marta en Redu het nodige doen en ik ze bedank met een dikke knuffel die misschien wel koud en nat aanvoelt, maar die alleen maar warmte in zich draagt.

Als ik tien uur later mijn oprit opdraai, spuit de WhatsApp-groep foto’s van een nieuw feestje aan het meer van Nowy Dworek. De winnaars van de rally van de zaterdag krijgen op het podium een champagnedouche terwijl er vuurwerk wordt afgeschoten. Nog die avond beslis ik om volgend jaar weer naar Scrambler Fever te gaan. Mail me gerust als je wil meegaan, dan maken we er een cool feestje van.

Scrambler Fever

Tekst: Bart De Schampheleire            Foto’s: Bart De Schampheleire, deelnemers, Scrambler Fever

Deel

Gerelateerde artikels

Onlangs had onze freelancer Adam Child een boeiend interview met KTM CEO Gottfried Neumeister, de man die na het Pierer-debacle

Het zit erop voor onze QJMotor SRT 800 SX duurtester. Nadat Stefaan ermee onderuit ging op een oliespoor, werd de

Wat krijg je als een bende fomolijders op een motor richting de Alpen zet met acht dagen ter beschikking? Juist,