Zeeland blijft toch een apart gebied, bedenk ik als ik de Triumph aan de kant heb gezet om de rust op de Isabelladijk helemaal in mij op te nemen. Bijna de helft van deze route loopt over wegen en straatjes waarvan de benaming op ‘dijk’ eindigt, evenveel tijd rij je anderhalve meter boven het maaiveld zodat je zelfs zonder trapladder in je rugzak altijd een fantastisch uitzicht hebt over het grensgebied tussen Vlaanderen en Nederland waar wind en water constant met mekaar in gevecht zijn.
Startplaats Maldegem ligt amper drie kilometer achter ons als we vlak voor Eede al een eerste keer een dijk opdraaien. Van Zeebrugge tot Maldegem lopen het Leopoldkanaal en het Schipdonkkanaal parallel, slechts gescheiden door een paar meter vaste grond. In Maldegem zwenkt het Leopoldkanaal noordwaarts richting Boekhoute om via de Braakmankreek in de Westerschelde uit te monden.
Het Schipdonkkanaal blijft op Vlaams grondgebied en knikt zuidwaarts om in een ruime boog tussen Aalter en Drongen finaal de Leie te ontmoeten in Deinze. Een reiger staat stokstijf in het riet langs het Leopoldkanaal, geduldig wachtend op een moment van onoplettendheid van een vis. Het boeit me wel om te weten of de statige grijze vogel nog lang op zijn honger zal blijven zitten, anderzijds heb ik ook geen halve dag tijd om te zien welke vis hij uiteindelijk uit het kanaal prikt. Met 181 kilometer voor de kiezen moet ik wel een beetje vaart maken.
Middelburg x 2
Later in de rit komen we langs de Zeeuwse stad Middelburg, al na acht kilometer rijden we door het Vlaamse Middelburg dat zich op de grens met Nederland tegen de fraaie Papenkreek aanschurkt. Hoe mooi het hier ook is, je hoeft nog niet meteen de motor op te bokken om je boterhammen naar binnen te werken. De route passeert langs tal van kreken en plassen waar de natuur vrij spel heeft. Zo rij je drie kilometer na de Papenkreek al langs de Stierskreek en dat gaat zo de hele rit door. Na twintig kilometer gun ik mezelf een zenmomentje op de Isabelladijk in Aardenburg waar ik in mijn notitieboekje opschrijf ‘lezers aanraden om verrekijker mee te nemen want in Zeeland krioelt het van de watervogels’. Bij dezen.
Schapen hebben voorrang
Met een riante boog gaat het noordwaarts om Oostburg heen. Meestal rijden we over smalle dijkweggetjes, afgewisseld met wat grotere wegen waarop je wat meer tempo kunt maken. Na een passage door het gehucht Scherpbier zakken we via het Groote Gat (dat is wel degelijk een kreek, viespeuk!) richting zuidwesten af om in Waterland-Oudeman terug in Vlaanderen belanden.
Iets ten zuiden van Isabellahaven komen we een oude bekende van deze ochtend terug tegen, want hier vindt het Leopoldkanaal verbinding met het Isabellakanaal. Ook hier draaien alle straatnamen rond water en dijken. Het volgende gehucht heet Bouchaerthaven, de weg die erheen leidt is met bordjes ‘Haven’ aangeduid. En opgelet: eens je de veeroosters op de dijk over bent, hebben de schapen voorrang. Echt waar.
Kolonisten
In Sas van Gent dwarsen we het kanaal Gent-Terneuzen en rijden een stukje op de dijk van dit machtige kanaal om daarna aan een bijzondere flirt met de Belgisch-Nederlandse grens te beginnen. Vlaanderen en Nederland klikken hier in mekaar als de stukken waarmee je het spelbord van de Kolonisten van Catan opbouwt en de weg volgt dat grillige patroon zodat er flink wat te sturen valt. In Sint-Jansteen zitten we op amper een twintigtal kilometer van Antwerpen, hoog tijd om noordwaarts richting Terneuzen af te draaien.
Hulst is een leuk stadje om na net geen honderd kilometer een pauze in te lassen – of misschien hou je het hier wel voor bekeken: aan jou de keuze. Je kan de route perfect in één dag rijden, of je hakt ze in een Vlaams en een Nederlands deel. Dat Vlaamse stuk van Maldegem tot Hulst is gemakkelijk te combineren met een ochtend aan de Belgische kust. Het Zeeuwse luik van de route koppel je misschien wel aan een lekkere pot mosselen.
Wolken ontleden
Van Hulst tot Terneuzen is het genieten in het kwadraat op de dijken en dijkjes, waarna we in havenstad Terneuzen de Westerscheldetunnel (sinds dit jaar tolvrij voor motorrijders, joehoe!) in duiken. Bij gebrek aan leuker alternatief gaat het over de weinig inspirerende N57 naar Middelburg en brouwerij Kees. Waarna de uitsmijter langs Lewedorp en Wolphaartsdijk er beslist mag zijn om uiteindelijk in het supersympathieke Goes te eindigen.
De twee laatste highlights van de route liggen deze keer in het centrum van Goes, je beslist dan ook zelf of je de motor parkeert en erheen trekt of niet. Misschien heb je na de dagrit door een gebied dat bulkt van de natuur en stilte nood aan wat mensen om je heen. Maar het kan evengoed zijn dat je net helemaal geen zin hebt in drukte. In dat geval vind je in de laatste kilometers voor Goes ongetwijfeld een plekje bij een kreek om op je rug te gaan liggen en wolken te ontleden. Wedden dat je in een van de wolken het silhouet van een motor herkent…?
PRAKTISCH
181 kilometer heb je af te leggen tussen Maldegem en Goes, al kan je deze route probleemloos opdelen in een ‘Vlaamse lus’ en een ‘Nederlandse lus’. Tot de Westerscheldetunnel rij je vanaf Maldegem 125 kilometer, vanaf Middelburg tot Goes resten je een dertigtal kilometers. Maldegem bereik je vanuit Antwerpen over de E34, vanuit het zuiden van het land rij je over de E40 en neem je de afrit Aalter om richting Maldegem te sturen. Terugrijden vanuit Goes doen Oost- en West-Vlamingen door opnieuw de Westerscheldetunnel in te duiken, Antwerpenaars en Limburgers rijden huiswaarts over de A58 richting Antwerpen. Een groot deel van de route loopt over smalle dijkwegen die wel allemaal verhard zijn.
Dutch Bargain ‘Dutch Bargain Zeeuws Blond is een ode aan de Zeeuwse vakantieliefdes. Fris als je eerste vakantieliefde, bitterzoet zoals die hartstocht vaak eindigt. Maar met een alcoholpercentage van 6,7 procent zo toegankelijk dat er altijd een nieuwe komt, net als in de liefde.’ Alleen al de manier waarop ze bij Dutch Bargain hun bieren omschrijven bewijst dat je in Groede met een uniek collectief te maken hebt. Hun Brouwerslokaal is ondergebracht in de gerenoveerde school van Groede en een stop meer dan waard.
The Holy Spiritus Huist Dutch Bargain in een voormalige school, dan doet The Holy Spiritus op dat vlak er nog een schepje bovenop want de brouwerij is sinds 2018 in de Johannes de Doperkerk (dateert uit 1256) van Sint-Jansteen ondergebracht. The Holy Spiritus is het geesteskind van Tom Genbrugge en Goderic Van den Brande die naast ciders ook honingwijn en likeuren stoken. Een bezoek boek je online.
Vermeersen Paul Vermeersen kocht in 1968 de kelderrechten van de bieren van de Hulsterse Brouwers. In 1989 verhuisde Vermeersen de brouwactiviteiten van het centrum van Hulst naar een vestiging aan de Absdaalsweg, tien jaar later restaureerde hij het oude stationsgebouw aan de achterzijde van het pand en voegde het aan de brouwerij toe. Misschien wel een van de sfeervolste stopplaatsen in Zeeuws-Vlaanderen.
Kees In mei van dit jaar vierde Kees Bubberman het tienjarige bestaan van zijn Brouwerij Kees met een Anniversary Festival waarop hij bevriende brouwers uit heel Europa uitnodigde. Naast het standaardaanbod bieren brouwt Kees ook originele one-offs die steevast in aantrekkelijk ontworpen blikken afgevuld worden. Een taplokaal heeft Kees niet en rondleidingen geven doen ze evenmin, op de site vind je wel alle info en kan je bieren bestellen.
Slot Oostende Gebouwd in de twaalfde eeuw heeft het kasteel in het centrum van Goes zijn naam te danken aan Jan Van Oostende die het slot in de zestiende eeuw bezat. Sinds 2016 brouwt ‘Brouwerij Slot Oostende’ in de voormalige burcht, aangevuld met de bieren van Emelisse. De brouwerij is prachtig geïntegreerd in de gerenoveerde burcht met restaurant en terras. Een fraaie plek om deze route af te sluiten.
Tekst en route Bart De Schampheleire • Fotografie Peter Naessens