Toerroute: Met de Deauville naar Deauville (tweedaagse Opaalkust)

Toerroute Deauville

Amper veertig kilometer tot mijn bestemming, meldt Google Maps als ik de eerste route richting Deauville uitzet, wat me uiteraard ten zeerste verbaast want ik ging er toch van uit dat Deauville een mondaine badplaats in Frankrijk is. Blijkt er potverdikke een Brasserie Deauville in Middelkerke te bestaan en Google Maps heeft me stomweg die taverne als bestemming gegeven. Dan maken we daar toch gewoon het beginpunt van de route van en rijden we van Brasserie Deauville op een Deauville naar Deauville?

“Hoe cool is dat? Jullie rijden dus gewoon van hier naar Deauville?”, steekt Peter Bijvoet zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken als hij om tien uur in de ochtend de deuren van zijn Brasserie Deauville op de zeedijk van Middelkerke openzwaait en een gemotoriseerde fotograaf en journalist op zijn stoep aantreft. “Ik baat deze zaak al dertig jaar uit en de naam komt uiteraard van de Franse badplaats Deauville, het doel van jullie rit. Deauville is bekend om zijn paardenraces en het is een beetje het Knokke van de Franse kust. Ik ga er al heel lang graag naartoe, vandaar dat ik mijn brasserie ook Deauville noemde”, lacht de horecaman.

Toerroute Deauville

Omdat er toch wel redelijk wat kilometers tussen Brasserie Deauville en de stad Deauville liggen, heb ik het traject opgesplitst in twee dagritten. De eerste rit volgt de kustlijn met als rode draad de D940, de departementale weg die het dichtst bij de Noordzee ligt. Omdat Duinkerken en Calais niet de meest verfijnde plekken op deze aardbol zijn, maken we tot Calais meters door de E40 snelweg te nemen.

We verlaten de E40 vlak na het indrukwekkende complex waar de Kanaaltunnel weer bovengronds komt. Op de rotonde richting Sangatte staat nog een van de koppen waarmee de Kanaaltunnel geboord is, best imposant. Net als de weg naar Cap Blanc Nez, een van mijn favoriete wegen. Op de obligate Cap Blanc Nez is het uitzicht over Escalles fenomenaal, al is het weer net niet helder genoeg om ook de kliffen aan de andere kant van het Kanaal te zien. Daarvoor zullen we nog een keer moeten terugkeren, met plezier.

In Ambleteuse gooien we de tanks van de motoren vol en blijkt de Deauville een zuinig besje. 190 kilometer met 8,8 liter brandstof, da’s heel fraai voor zo’n ouwe tante. Net als de tanks vol zijn komt een koppel op een Deauville 700 het terrein van het tankstation opgedraaid. Meneer aan het stuur, mevrouw achterop en een pluizig hondje in de tanktas.

Toerroute Deauville

“De Deauville is mijn eerste en tot nog toe enige motor, wat mij betreft gaat hij ook nooit meer weg. Ik kocht ‘m 22 jaar geleden en ben er nog altijd supertevreden mee. Maar ik rij ook niet zo snel hoor”, knipoogt de man die wat verderop in Boulogne-sur-Mer woont. Als we een halfuurtje later in Boulogne-sur-Mer een foto maken aan het Nausicaa aquarium (absolute aanrader), komen meneer + mevrouw + mehond voorbij gesjokt en zwaaien ze enthousiast, op de hond na dan. Deauville-rijders onder mekaar, het schept een band.

De Deauville zelf valt me trouwens niet heel erg tegen. De zijkoffers zijn rank genoeg om de motor vlot door de file te sturen en voor deze tweedaagse heb ik opbergruimte zat. Met zijn 56 pk is het uiteraard geen scheurijzer en ik heb ook geen flauw idee hoeveel paarden er in de voorbije decennia al gesneuveld zijn. Als Peter-de-fotograaf op zijn Yamaha Tracer 9 een aantal auto’s inhaalt, moet ik de V-twin helemaal uitwringen om bij te blijven.

Toerroute Deauville

Aan hogere snelheden deint de motor een beetje heen en weer, alsof de Marie-Louise gespeeld wordt op een trouwfeest en iedereen op de grond gaat zitten roeien. Dat ’s ochtends de choke eraan te pas moet komen om de motor te starten en dat er nog een benzinekraan op zit is uiteraard een anachronisme van hier tot in Tokio, maar alles went. Om de batterij te sparen start ik de motor iedere keer met de koplamp uitgeschakeld (ja, ook dat was vroeger mogelijk) en de versnellingsbak is al zo gaar gereden dat ik de koppeling amper gebruik.

De Roadsmart banden doen wel hun best om mij van voldoende informatie te voorzien, al kunnen ze weinig doen aan het hoge zwaartepunt van de Deauville; waardoor die eerst een flinke por nodig heeft om de bocht in te gaan, waarna hij de neiging heeft om enthousiast door te vallen zodat er een streep gas extra nodig is om alles op zijn lijn te houden. De basic vering en het frame van gesmede kauwgom staan elke vorm van sportief rijden in de weg, al zeur ik op deze zonnige dag niet.

Toerroute Deauville

In Boulogne-sur-Mer halen we een broodje, mocht ik er de baas zijn ik herdoopte de zaak meteen tot Boulangerie-sur-Mer. Vanaf Boulogne volgen we de D940 richting Etaples. De zee krijgen we een poosje niet te zien, de zilte geur en het zand in de bermen bewijzen evenwel dat we niet ver van het water rijden. In Etaples stoppen we even aan het grootste militaire kerkhof van de Commonwealth op Franse bodem.

11.400 soldaten die in deze regio sneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog kregen het gezelschap van 120 jonge mannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven lieten. Omdat wij nu eenmaal niet de gave hebben om te leren uit onze fouten. Etaples zelf is een stadje dat maar wat graag zijn link met de zee in de verf zet. Verschillende muurschilderingen verwijzen naar het zware vissersleven en in het centrum is er nog een open vismarkt.

Toerroute Deauville

Heeft de Opaalkust ten noorden van Etaples nog wat hoogtemeters in petto, dan wordt het landschap ten zuiden van het vissersdorp een stuk vlakker en eens we het bordje ‘Welkom in het departement van de Somme’ voorbij zijn zie je tien kilometer ver als je recht op de motor gaat staan. Tussen Le Crotoy en Saint-Valéry-sur-Somme vloeit de Somme de Noordzee in, maar het hele gebied is in de voorbije eeuwen flink verzand. Het moerasgebied ligt er redelijk droog bij en duizenden schapen grazen de vlakte kaal.

Van in Le Crotoy kunnen we het eindpunt van de eerste rit al zien, maar om in Saint-Valéry-sur-Somme onder zeil te gaan moeten we eerst nog in een ruime boog om de baai van de Somme heen. Saint-Valéry-sur-Somme is een stemmig stadje en in hotel Picardia kunnen we voor vijf euro per motor de machines binnen stallen. De portie mosselen gaat er vlotjes in, het plan om de avond af te ronden met een digestiefje op een terras loopt met een sisser af omdat elke horeca-uitbater in Saint-Valéry-sur-Somme besloten heeft om na 22 uur geen geld meer te verdienen…

Toerroute Deauville

Na een chaotisch ontbijt (het is niet omdat je in Frankrijk ’s avonds één croissant en één chocoladekoek bestelt dat je die de volgende ochtend effectief op je bord aantreft) zitten we om 9 uur op de motor voor de tweede etappe. Ik twijfel om mijn plastic regenbroek over mijn motorjeans aan te trekken, het regent niet maar van de dikke mist die als motregen uit de lucht valt kan je ook drijfnat worden. Ik geef het weer echter het voordeel van de twijfel en voor de eerste twintig kilometer vertrouwen we op dezelfde gids als gisteren: de D940.

Die laten we in Eu (nee, dat is geen stopwoordje) voor wat ‘ie is want terwijl de D940 de kust blijft volgen, zwenken wij zuidwaarts om diagonaal de regio tussen de kust en Rouen door te steken. De route is een leuke afwisseling van departementale wegen waarop je flink vaart kunt maken en kleinere weggetjes die door het uitgesproken agrarische gebied slingeren. De voorbije nacht heeft het flink geonweerd en grote hoeveelheden modder en grind zijn vanuit de velden over de weg gespoeld. Het verplicht ons om extra voorzichtigheid aan de dag te leggen, al schuilt een ongeluk ook dan in een klein hoekje.

Als we vanuit de velden Gonneville-sur-Scie binnenrijden, merk ik dat de Tracer 9 van Peter die vooroprijdt in de bochten flink begint te zwalpen. Luid toeterend (altijd leuk om een dertig jaar oude claxon nog eens te laten loeien) maak ik hem erop attent dat zijn achterband leeg aan het lopen is.

Toerroute Deauville

We geraken tot aan de eerste huizen van het petieterige Gonneville-sur-Scie waar we vaststellen dat een scherpe steen zich diep in het loopvlak van de band heeft genesteld, met een flink gat als resultaat. Niet meteen wetend van welk hout pijlen maken bel ik maar aan bij het huis waarvan we met ons beider motoren de oprit hebben ingepalmd, en de gepensioneerde Pierre Blin is meteen bereid om te helpen.

Zijn zoon is motorrijder, misschien kent die wel iemand die de band kan herstellen, maar dat levert niks op. Daarna bellen we een bandencentrale waar ze het vertikken om ons te komen helpen. Tot Pierre zijn Franse Frank valt: “Mijn kameraad Christian Renault kan zeker helpen. Da’s een handige Harry die al eens met een plug mijn autoband heeft hersteld.” Nog geen vijf minuten later komt de al evenzo gepensioneerde Christian eraan, met solutie, plug en priem in de aanslag.

Toerroute Deauville

Een paar minuten later is de plug geplaatst en kan ik met de fietspomp van Pierre de achterband terug op spanning brengen. Ik pomp mij net geen ongeluk en tegen dat de manometer 2,5 bar aangeeft, stroomt het zweet me over de rug. Ondertussen heb ik ook al TL Loisirs in Dieppe gebeld, daar hebben ze een achterband in de juiste maat en kunnen we naartoe om die te laten monteren. Dat gaat hier dus nog allemaal in orde komen. Nee, een Deauville-rijder laat zich niet uit zijn lood slaan. En al zeker niet als hij zijn stal ruikt.

Dieppe ligt natuurlijk niet op onze route. Vanuit Gonneville zijn we al een klein halfuur onderweg geweest naar Dieppe waar de plaatsing van de achterband qua tijd overeenkwam met het verorberen van een Big Mac menu in het Restaurant Met De Twee Gouden Bogen aan de andere kant van de rotonde. Nu nog terugrijden naar Gonneville om daar de route verder te volgen is geen optie als we vanavond nog op een christelijk uur thuis willen geraken, zodat we besluiten om via de brug over de Seine in Tancarville naar de route te navigeren.

Toerroute Deauville

Die tolbrug in Tancarville (wel gratis voor motorrijders) duikt vanuit het niets op en is redelijk indrukwekkend, net als de Seine – die hier heel breed is – en de vlakte waardoor ze richting zee kabbelt. Op de helling die de zuidzijde van de vallei afzoomt meandert de route richting Honfleur, de brandende schouwen van de olieraffinaderijen van Le Havre op de noordzijde van de monding van de Seine lijken wel toortsen die de schepen naar de haven moeten loodsen.

Honfleur is een heel stemmig havenstadje waar we stapvoets door de hoofdstraat rijden, ons afvragend of gemotoriseerd verkeer hier überhaupt toegelaten is. De laatste vijftien kilometer slingert de route over de steile kustlijn en verbaas ik mij er opnieuw over dat de landschappen in Normandië en Zuid-Engeland heel veel gelijkenissen vertonen. Ook de bouwstijlen leunen trouwens dicht tegen mekaar aan.

Via Trouville-sur-Mer rijden we Deauville binnen en snap ik meteen waarom Honda ooit deze modelnaam op de NT650V plakte. De Deauville moest een motor zijn voor de zakenman die ermee in de week naar z’n werk kon rijden en in het weekend met mevrouw of maîtresse op uitstap kon gaan. Zonder gedoe met een kettingaandrijving die z’n broek besmeurde, met genoeg plek in de koffers voor zijn boterhammen en een extra stropdas. Laptops bestonden toen nog niet.

Toerroute Deauville

In Deauville rijden de luxewagens achter mekaar aan, wie over straat flaneert doet dat met een trui losjes over de schouders gedrapeerd en de paardenrenbaan is letterlijk en figuurlijk waar het om draait in Deauville. Na een turbulente, maar desondanks heerlijke dag op de motor weet ik niet of Deauville de plek is waar ik m’n volgende zomervakantie zal slijten, het is me allemaal net iets te afgeborsteld. Dus hoog tijd om de 56 pony’s van mijn NT650V terug in te spannen voor de vierhonderd kilometer huiswaarts. Yihaa!

Download de routes


Tekst en route Bart De Schampheleire • Fotografie Peter Naessens

Deel

Gerelateerde artikels