Kon je maar niet genoeg krijgen van Luxemburg met deze route van Hoei naar Diekirch? In de 183 kronkelende kilometers die Diekirch met Rochehaut verbinden, rijden we dit keer door drie landen.
Ruim veertig kilometer lang hebben we van Diekirch tot de Belgische grens in Martelange kunnen genieten van het beste asfalt en de mooiste bochten. Met een vizierbrede glimlach en de zon op onze helmen hebben we de kilometers erdoor gejaagd, bij wat we aan de andere kant van de landsgrens gaan aantreffen zetten we nu al vraagtekens.
De weidsheid van Luxemburg maakt instant plaats voor dichte bebossing, de weg van Martelange naar Habay-la-Neuve loopt dwars door het bos elf kilometer rechtdoor. Het asfalt is van heel matige kwaliteit, al is dat voor de lokale chauffeurs geen reden om het iets rustiger aan te doen. Als we even halt houden voor een foto, scheuren de auto’s voorbij als reden ze op de E411.
“Dat uitgestrekt bos ten noordoosten van de Gaume is heel bepalend geweest in de ontwikkeling van de streek. Het is de reden waarom de Gaume altijd meer op Frankrijk gericht is geweest. Wist je dat de Gaume zich bij de creatie van België verzette tegen de landsgrenzen zoals ze toen werden uitgetekend? De Gaumais wilden liever bij Frankrijk horen, maar alles bleef zoals het was. Al leeft dat pro-Franse gevoel nog altijd. Hier in de omgeving hebben we geen ‘hôtel de ville’ of een ‘bourgemestre’, wij spreken net als de Fransen over ‘la mairie’ en ‘le maire’ als we het over het gemeentehuis en de burgemeester hebben. En het supporterslied van de voetbalploeg van Virton is nog altijd … La Marseillaise.”
Grégory Verhelst van brouwerij La Rulles vertelt het met de glimlach. Hij is vanuit Doornik naar deze uithoek van België verhuisd en voelt zich hier overduidelijk op z’n gemak. “De mensen zijn fier om in de Gaume te wonen. En dat geldt ook voor de inwijkelingen zoals ik. Als je hier geland bent, dan blijf je hier meestal wonen”, knipoogt Verhelst.
Hoe leuk Luxemburg ook is om met de motor te rijden, ikzelf schat de Franse Ardennen nog net een trapje hoger in. Wegens onbekend en dus ook onbemind door de meeste motorrijders, heerst in de Franse Ardennen totale rust en het asfalt kan wedijveren met dat van de Luxemburgers. Van Orval tot Limes flirten we eerst nog vijf kilometer met de Frans-Belgische grens, het zou zomaar kunnen dat de vos die op het laatste moment de weg over sprint zonet vanuit Frankrijk ons land binnen is gelopen. Omdat dieren zich sowieso geen fluit aantrekken van grenzen.
In Limes maakt de route een ruime boog richting Fagny, en zelfs zonder aanduiding van de landsgrens weet je en voel je dat je in Frankrijk bent. De schuine middellijnen op het wegdek, de huizen in zandsteen en de aftandse Peugeots en Citroëns laten er geen enkele twijfel over bestaan: je bent in l’Hexagone. Avioth is een typisch dorpje in de Franse Ardennen dat zich tegen de grens met België aanschurkt en je zou vermoeden dat er net als in de rest van de Franse Ardennen niks gebeurt. Maar dat balletje sla je mis, want in Avioth staat een parel van een basiliek die flink wat toeristen aantrekt. Rij je vanuit Avioth weg richting Thonnelle, kijk dan eens goed in je achteruitkijkspiegels – of nog beter, zet de motor even aan de kant en neem de surreële omgeving in je op. Aan de ene kant glooiende velden zo ver je kijken kan, aan de andere kant de imposante kerk die de bijnaam ‘kathedraal van de velden’ niet gestolen heeft.
Richting Bièvres kronkelt de route zich door het landschap als een slang zonder richtinggevoel. De weggetjes zijn smal, snel rijden is hier dan ook absoluut niet de essentie van motorrijden. Je kijkt simpelweg je ogen uit je hoofd, op de grotere doorgaande wegen richting Autréville-Saint-Lambert kan het gas wel in de hoek en de motor op z’n oor. Tussen Messincourt en Lambermont steken we Belgische grens nog een keer over en stuiven naar de vallei van de Semois om in Dohan de ‘grande finale’ van deze rit in te zetten.
Richting Curfoz zijn het eerst nog lange slingers die je humeur naar het zenith sturen terwijl je vanaf Mogimont tot finishplaats Rochehaut de laatste millimeters rubber van je banden benut. Bij de Brasserie de Rochehaut check ik mijn opties. Over de snelweg huiswaarts is de snelste route, maar ik weiger op deze prachtige dag voor de gemakkelijkheidsoplossing te kiezen. Ik schakel de gps uit en rij via Gedinne, Givet, Philippeville en Binche noordwaarts richting West-Vlaanderen. Omdat je er op sommige dagen simpelweg niet genoeg van kunt krijgen.
PRAKTISCH De route Diekirch – Rochehaut is 183 kilometer lang en bevat geen onverhard. Startplaats Diekirch is het eindpunt van de route Hoei – Diekirch. Rij je enkel deze route, dan moet je vanuit Brussel over de E411 en de N4 rekening houden met een aanrijroute van net geen tweehonderd kilometer. Vanuit eindpunt Rochehaut terugrijden naar Vlaanderen kan op meerdere manieren. Brabanders, Oost-Vlamingen en Antwerpenaars sturen eerst naar de E411 in Libramont en rijden dan via Namen naar Brussel. West-Vlamingen steken door naar Charleroi om via Bergen en Doornik naar hun provincie te bollen.
Brasserie de Rulles Hoewel het in de Brasserie de Rulles niet al te nauw steekt, heeft brouwer Grégory toch het liefst dat je een afspraak maakt als je de brouwerij wil bezoeken. Bij gebrek aan alcoholvrije bieren zal je wat ruimte moeten vrijmaken in de zijkoffers om thuis een La Rulles te degusteren.
Orval Op weg van Aarlen naar Monthermé passeerden we in september van vorig jaar al eens aan de brouwerij/abdij van Orval die uiteraard de moeite waard blijft om te bezoeken. In de kerk kan je dagelijks aansluiten bij een ochtend-, middag- en avondgebed terwijl je in de chalet bij de abdij tot zeven dagen kunt verblijven als bezinningsperiode. Volstaan bier en kaas voor jou om te bezinnen, dan kan je uiteraard in de brouwerijshop terecht.
Basiliek van Avioth De huizen van Avioth kan je op de vingers van je twee handen tellen, maar in dit gehucht van twee keer niks vlak over de Franse grens vind je wel de indrukwekkende Onze-Lieve-Vrouwebasiliek die net vanwege de landelijke omgeving ook bekend is als de ‘kathedraal van de velden’. De basiliek in Gotische stijl uit de veertiende eeuw staat in de steigers, maar kan je desondanks vrij bezoeken.
Brasserie d’Yvois is een microbrouwerij waar je in vier uur tijd kunt leren om zelf twintig liter bier te brouwen. De twee heren die de brouwerij van Yvois runnen (Fabian Bingoni en Quentin Duchesne) zijn trouwens twee Belgen, Duchesne leerde de stiel bij Orval. Om de brouwerij te bezoeken moet je net voor je Carignan binnenrijdt even de route verlaten (rechtsaf, een mini ambachtelijke zone indraaien).
Brasserie de Rochehaut Met een dierenpark, een restaurant, een winkel met streekproducten en een landbouwmuseum eraan gekoppeld is de Brouwerij van Rochehaut een half attractiepark dat als een echte toeristenmagneet werkt. Het is maar of je dat leuk vindt of net niet. Dankzij de jonge en bevlogen brouwer Arnaud Boreux wordt het brouwerijgedeelte wel steeds belangrijker in het geheel.
Tekst en route Bart De Schampheleire • Fotografie Peter Naessens